Sector zoekvenster sluiten
Actief geselecteerde sector:
-
Automatiseringsdiensten (1) Bouwmaterialen- en glasindustrie (1) Bouwnijverheid (2) Cultuur, recreatie (5) Detailhandel auto en motor (2) Detailhandel food (3) Detailhandel non-food (1) Elektrische apparaten (2) Facilitaire diensten (1) Horeca (5) Houtindustrie (1) Machine-industrie (2) Metaalindustrie (2) Overige industrie (4) Papier- en karton industrie (1) Textiel- en lederwarenindustrie (2) Transportmiddellenindustrie (3) Vervoer en communicatie (1) Voedingsmiddelenindustrie (4) Zakelijke adviesbureaus (1) Gezondheidszorg (12) Overheid en non-profit (2) Welzijn en sport (7) Onderwijs en onderzoek (2) Uiterlijke verzorging (4) Techniek (56) Economie en handel (4) Voedsel en leefomgeving (31) Zorg en welzijn (2) Bouw en infra (21) Wegvervoer en logistieke dienstverlening (9) Luchtvaart (6) Binnenvaart (5) Waterbouw (2) Scheepsbouw (1) Havens (6) Koopvaardij (3) Visserij (2) Media, Communicatie en Informatie (3) Handel (12) Handel en commerciële dienstverlening (7) Kunst, Cultuur en Media (9) Zakelijke dienstverlening (1) Gezondheidstechniek (12) Handel/Commercieel (1) Informatie- en communicatietechnologie (ICT) (2) Bank- en verzekeringswezen (1) Commercieel (2) ICT (3) Orde en veiligheid (3) Creatieve techniek (5) Informatiedienstverlening (1) Voet- en schoenberoepen (1) Sport (1) Toerisme en recreatie (1) Justitie, politie, brandweer en defensie (1)
Dossiernaam
Actief geselecteerde dossiernaam
 
Uitstroom




 
Hieronder volgt een beknopte verklaring van enkele gebruikte begrippen rond de kwalificatiestructuur.

 

· Beroepscompetentie

Alle mbo-opleidingen staan in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. De kwalificatiestructuur is een geordend en samenhangend geheel van kwalificaties. Die kwalificaties zijn gebaseerd op kerntaken, kernopgaven en competenties. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten competenties. Beroepscompetenties zijn de ontwikkelbare vermogens van mensen om in hun voorkomende beroepssituaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen.

· Beroepscompetentieprofielen

Een beroepscompetentieprofiel beschrijft een beroepsbeoefenaar die na het behalen van zijn diploma een aantal jaren ervaring heeft opgedaan (vakvolwassen beroepsbeoefenaar). Het is een uitgebreide beschrijving van alles wat de vakvolwassen beroepsbeoefenaar doet en moet kunnen. Een beroeps(competentie)profiel komt tot stand op basis van onderzoek uit te voeren in de beroepspraktijk. Een of meerdere beroepscompetentieprofielen vormen het referentiekader voor het ontwikkelen van een kwalificatiedossier.

· Beroepsopleiding

Een beroepsopleiding richt zich op de kwalificatie voor verschillende niveaus van beroepsuitoefening. Het middelbaar beroepsonderwijs kent 4 niveaus, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 4 het hoogste. Vanuit niveau 4 is doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs mogelijk.

· Beroepsprofiel

Een beroepsprofiel geeft de essentie aan van een beroep en een omschrijving van de belangrijkste en meest voorkomende activiteiten in de beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat een gestructureerde verzameling uitspraken over: de essentie van een beroep of groep van beroepen, de centrale beroepsactiviteiten, de taken en handelingen die als regel in de uitoefening van het beroep voorkomen, de mate van verantwoordelijkheid, complexiteit en transfer. In het beroepsprofiel moet voldoende breedte tot uitdrukking komen. Dat wil zeggen: duurzaamheid, in meerdere bedrijven uit te voeren en in meerdere functies uit te oefenen. Een beroepsprofiel moet zijn gelegitimeerd door de sociale partners van de desbetreffende bedrijfstak. Beroepsprofielen (of andere gelegitimeerde documenten) liggen ten grondslag aan de kwalificaties.

· Branchevereisten

Binnen een branche vastgestelde eisen waaraan een beginnend beroepsbeoefenaar moet voldoen om het beroep te kunnen uitoefenen. Door de minister wordt vastgesteld dat deze er zijn en dat ze gelden. In het kwalificatiedossier is aangegeven waar informatie over de branchevereisten te vinden is, bijvoorbeeld een website of een publicatie. De branchevereisten hoeven niet in het kwalificatiedossier te worden opgenomen.

· Brondocument

De inhoud van een kwalificatiedossier is gebaseerd op de inhoud van vaste 'bronnen', dat wil zeggen beroeps(competentie)profielen en het document 'Leren, Loopbaan en Burgerschap'. Beide documenten zijn brondocumenten.

· Burgerschapscompetentie

Alle mbo-opleidingen staan in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. De kwalificatiestructuur is een geordend en samenhangend geheel van kwalificaties. Die kwalificaties zijn gebaseerd op kerntaken, kernopgaven en competenties. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten competenties. Burgerschapscompetenties zijn de ontwikkelde vermogens van mensen om in voorkomende maatschappelijke situaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen. Burgerschapscompetenties hebben betrekking op het vermogen met individueel verantwoordelijkheidsbesef te kunnen functioneren in het publieke domein, dat wil zeggen om in de maatschappij te participeren als actief burger en daarbij zelfstandig en verantwoord te handelen.

· Centraal Register Beroepsopleidingen (CREBO)

Het Centraal Register Beroepsopleidingen is een systematische verzameling gegevens over erkende beroepsopleidingen en bijbehorende opleiding- en exameninstellingen. De beroepsopleidingen van ROC's, AOC's en vakinstellingen zijn erkend door het ministerie van OCW; particuliere onderwijsinstellingen kunnen per opleiding erkenning aanvragen bij het ministerie. Het CREBO is te raadplegen op www.cfi.nl.

· Certificeerbare eenheid

Binnen een kwalificatiedossier kan een deel van de werkzaamheden in een bepaald beroep als Certificeerbare Eenheid worden onderscheiden, wanneer dat deel arbeidsmarktrelevantie heeft. Arbeidsmarktrelevantie wil zeggen dat iemand er betaald werk mee kan krijgen. Vaak zullen voor dit deel van het beroep ook aparte functiebenamingen bestaan. Aan een Certificeerbare Eenheid is een certificaat verbonden. Het certificaat is een op de arbeidsmarkt herkend en erkend bewijsstuk dat de betreffende persoon in staat is een afgebakend en samenhangend geheel van werkprocessen afkomstig uit een (of meerdere) kerntaken uit te voeren en beschikt over de daarvoor noodzakelijke competenties.

· Competenties

Competenties zijn ontwikkelbare vermogens van mensen waarmee ze in voor­komende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen. Competenties zijn samengesteld van karakter en relateren aan onder­liggende vaardigheden, kennis en houding. Competenties krijgen pas betekenis in een context. Of iemand over de gevraagde competenties beschikt, wordt zichtbaar in gedrag dat, als één van de voorwaarden, leidt tot succes bij uitoefenen van het beroep.

· Competentiegericht onderwijs

De competentiegerichte kwalificatiestructuur is niet hetzelfde als competentiegericht beroepsonderwijs. Het competentiegerichte onderwijs is een verzamelnaam voor de manieren waarop scholen competentiegerichte opleidingen aanbieden. Bij competentiegericht onderwijs gaat het om de manier van vormgeven van opleidingen. Competenties vormen het uitgangspunt van opleidingsprogramma’s.

· Complexiteit

Dit is een van de twee criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin (beroepsmatige) handelingen gebaseerd zijn op de toepassing en het bedenken dan wel het combineren van (routinematige en standaard-)procedures. De complexiteit van de beroepssituatie wordt hier getypeerd naar de mate waarin routinematige of niet-routinematige procedures en van nieuwe oplossingsprocedures sprake is. Het andere criterium is verantwoordelijkheid.

· Component

Dezelfde competentie kan - bij toepassing ervan in verschillende (beroeps)contexten - verschillende accenten hebben. Daarom heeft elke competentie in het KBB-competentiemodel (powered by SHL) een aantal componenten. Per situatie kan worden aangegeven op welke component(en) bij het aanwenden van de competentie het accent ligt. Componenten zijn verbijzonderingen en associaties van competenties. Zo kent de competentie 'Overtuigen en beïnvloeden' als componenten onder andere 'Indruk maken op anderen', 'Onderhandelen' en 'Overeenstemming nastreven'. De componenten maken het mogelijk preciezer aan te geven welk gedrag bij het toepassen van een bepaalde competentie in een bepaalde context gevraagd wordt. Zie ook het KBB-competentiemodel (powered by SHL).

· Diploma

Een diploma is een krachtens de wet erkend document waarmee is aangetoond en vastgelegd dat de bezitter een omschreven kwalificatie behaald heeft. Gekoppeld aan de kwalificatiestructuur is een diploma het bewijsstuk dat een persoon heeft voldaan aan de eisen die in het door de minister van OCW/LNV vastgestelde kwalificatiedossier bij de uitstroom worden vermeld. In het dossier wordt over het diploma vermeld: de naam van het diploma (gelijk aan de uitstroom, het niveau en eventuele schoolvermeldingen.

· EVC

Het proces van het Erkennen van Verworven Competenties (EVC) heeft tot doel het vaststellen van de verworven competenties, zodat ze door andere partijen erkend kunnen worden. EVC is voor verschillende doeleinden te gebruiken: -door werkgevers die op basis van de vastgelegde gegevens mensen aannemen of zittende medewerkers ondersteunen bij het nemen van verdere stappen in hun loopbaan. Werkgevers gebruiken EVC als een HRM-instrument -door de scholingsinstituten die in hun opleidingen vrijstelling verlenen voor reeds verworven competenties. De scholen gebruiken EVC als een vrijstellingsregeling -individuen/individuele werknemers die met behulp van EVC kunnen (laten) vaststellen welke competenties ze via informeel leren verworven hebben; na eventuele aanvullende opleiding kan dit leiden tot het verkrijgen van een landelijk erkend diploma

· Examen

Het examen toetst of de examenkandidaat bij het voltooien van de opleiding de competenties beschreven in het kwalificatiedossier succesvol kan inzetten bij het uitoefenen van het beroep. Zie ook kwalificatiedossier.

· KBB-competentiemodel (powered by SHL)

Het KBB-competentiemodel (powered by SHL) is een consistent, samenhangend en geordend geheel van termen, die worden gebruikt bij het beschrijven van competenties in de kwalificatiedossiers. Het model kent 25 competenties. De inhoud van elke competentie is verbijzonderd aan de hand van componenten en gedragsankers. Het KBB-competentiemodel (powered by SHL) is voor de kenniscentra gemaakt door SHL, een internationaal werkende HRM-organisatie. Op basis van research en analyse van duizenden beroepen wereldwijd heeft SHL een Universal Competency Framework (UCF) ontwikkeld. Het KBB-competentiemodel (powered by SHL) is een voor de landelijke context van het beroepsonderwijs op maat gemaakte versie van dit UCF. Zie ook competenties en componenten.

· Kerntaak

Een kerntaak is een substantieel deel van de beroepsuitoefening naar belang, omvang (tijdbeslag of frequentie) of beide. Een kerntaak bestaat uit een geheel van inhoudelijk met elkaar samenhangende werkprocessen, kenmerkend voor de beroepsuitoefening. Een kwalificatiedossier heeft een beperkt aantal kerntaken. Alle kerntaken samen beschrijven de essentie van de beroepsuitoefening van de betreffende beroepengroep. Kerntaken, werkprocessen en competenties vormen samen het hart van de beroepsbeschrijving in een kwalificatiedossier. Elke kerntaak heeft een proces-competentie-matrix waarin is aangegeven welke competenties moeten worden aangewend bij het uitvoeren van een werkproces van de betreffende kerntaak.

· Kruispunt

Een kruispunt is de visuele weergave van de (beroeps)context waarin een competentie wordt toegepast. In de proces-competentie-matrix is het kruispunt het snijpunt van één werkproces met één competentie. Op één as van deze matrix staat de beroepscontext in de vorm van werkprocessen, op de andere as staan de competenties. Voor succesvolle uitvoering van een werkproces zijn meestal meerdere competenties nodig. De inhoud van elk kruispunt is gedetailleerd beschreven in deel C. De inhoud van het kruispunt bestaat uit de volgende elementen: -componenten (van de competenties) -één (en soms meer) prestatie-indicator(en) -vakkennis en vaardigheden Zie ook proces-competentie-matrix.

· Kwalificatiestructuur

Landelijk samenstel van alle vastgestelde kwalificatiedossiers.

· Kwalificatie

Een kwalificatie is de inhoud van het diploma, vastgelegd in een kwalificatiedossier. De uitstroom is de noemer waaronder de inhoud van een kwalificatie is ondergebracht. In de praktijk zijn de begrippen kwalificatie en uitstroom synoniemen.

· Kwalificatiedossier

Een kwalificatiedossier bestaat uit de beschrijvingen van een of meer verwante beroepen. Hierbij is aangegeven welke vakkennis, vaardigheden en competenties nodig zijn om de werkzaamheden met een goed resultaat uit te kunnen voeren.

· Kwalificatieniveau

Een kwalificatieniveau is een aanduiding van het niveau van beroepsuitoefening, gebaseerd op de mate van verantwoordelijkheid en complexiteit . Het middelbaar beroepsonderwijs kent 4 niveaus.

· Kerntaken

Een kerntaak bestaat uit een geheel van inhoudelijk met elkaar samenhangende werkprocessen, kenmerkend voor de beroepsuitoefening. Een kwalificatiedossier heeft een beperkt aantal kerntaken. Alle kerntaken samen beschrijven de essentie van de beroepsuitoefening van de betreffende beroepengroep. Elke kerntaak heeft een proces-competentie-matrix waarin is aangegeven welke competenties moeten worden aangewend bij het uitvoeren van een werkproces van de betreffende kerntaak.

· Loopbaanperspectief

In het kwalificatiedossier geeft het onderdeel 'loopbaanperspectief' informatie over de gebruikelijke beroepsmogelijkheden waarnaar iemand, die een bepaald diploma heeft behaald, kan doorgroeien. Er zijn ook beroepen, die geen aansluitende doorgroeimogelijkheden kennen. In die gevallen wordt vermeld naar welke andere beroepen deze beroepsbeoefenaren in de loop van de tijd (vaak) overstappen.

· Nieuwe leren

Het 'nieuwe leren' is een didactische vorm waarbij de leerling zijn of haar eigen leerloopbaan meer zelfstandig stuurt.

· Onderwijs- en examenregeling

De onderwijs- en examenregeling is het document waarin de belangrijkste kenmerken van de opleiding, waaronder inhoud en inrichting, de studieduur voor een groep of groepen van deelnemers en de toetsing en examinering, worden vastgelegd. Ook wordt in de onderwijs- en examenregeling vastgelegd welke opleidingstrajecten voldoen aan de eisen van de Wet Studie Financiering of de eisen voor tegemoetkoming van de studiekosten voor studerenden tot 18 jaar.

· Onderwijsinstelling

De instelling die op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs is erkend voor het verzorgen van onderwijs in de vorm van (beroeps)opleidingen en waarvan het bevoegd gezag de deelnemers de gelegenheid geeft een examen af te leggen. Er zijn regionale opleidingencentra (ROC's), agrarische opleidingencentra (AOC's) en vakinstellingen. Meer informatie is beschikbaar op www.mboraad.nl.

· Onderwijsovereenkomst

De onderwijsovereenkomst is de overeenkomst tussen de deelnemer en bevoegd gezag. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen tussen instelling en deelnemer. In de overeenkomst worden per deelnemer zaken zoals de inhoud van het onderwijs, de examens en de studiebegeleiding overeengekomen.

· Ontwikkel- en onderhoudsagenda

In de ontwikkel- en onderhoudsagenda in Deel D van het kwalificatiedossier geven de betrokken partijen aan welke thema's voor de verdere ontwikkeling van het dossier van belang zijn. Deze thema's moeten bij herziening van het dossier in een onderhoudsbeurt meegenomen worden. Zie ook kwalificatiedossier.

· Opleidingsadviseur

Kenniscentra hebben opleidingsadviseurs in dienst die verantwoordelijk zijn voor het werven en accrediteren van leerbedrijven. Met andere woorden: ze beoordelen of bedrijven geschikt zijn om als leerbedrijf te kunnen functioneren. Opleidingsadviseurs kunnen deze bedrijven ook adviseren op het gebied van het opleiden en begeleiden van leerlingen.

· Paritaire Commissie

Een paritaire commissie beroepsonderwijs bedrijfsleven is per kenniscentrum het structurele ontmoetingsplatform tussen het georganiseerde bedrijfsleven en het georganiseerde beroepsonderwijs. De doelstelling van een paritaire commissie is overeenstemming te bereiken over de inhoud van kwalificatiedossiers.

· Praktijkdeel

Dat deel van de beroepsopleiding dat in de praktijk van het beroep wordt uitgevoerd, de zogeheten beroepspraktijkvorming. Deze kan bestaan uit een of meer praktijkperioden, met of zonder een praktijkovereenkomst, al dan niet in een reëel loondienstverband. Zie ook beroepspraktijkvorming en/of praktijkovereenkomst.

· Praktijkopleider

De praktijkopleider is verantwoordelijk voor de begeleiding en opleiding ofwel de beroepspraktijkvorming (bpv) van leerlingen binnen het bedrijf. Hiertoe organiseert hij de beroepspraktijkvorming, onderhoudt hij contacten met betrokken partijen, administreert hij de gegevens van de leerling, begeleidt hij de leerling, verzorgt hij de praktijkopleiding van de leerling binnen het bedrijf en beoordeelt hij de leerling.

· Praktijkovereenkomst

Het leren in de praktijk wordt geregeld via een praktijkovereenkomst. Deze praktijkovereenkomst wordt gesloten tussen de onderwijsinstelling, de leerling en het leerbedrijf. Met deze overeenkomst worden de rechten en plichten van alle betrokkenen bij de beroepspraktijkvorming vastgelegd. In het geval van een opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) ondertekent het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven ook, om te bevestigen dat de opleiding plaatsvindt in een leerbedrijf dat door het kenniscentrum is erkend. De praktijkovereenkomst is belangrijk omdat deze de garantie geeft dat je als stagiair daadwerkelijk iets leert en daarin wordt begeleid. Meer informatie over de praktijkovereenkomst is beschikbaar onder Praktijkleren (zie menu aan de linkerkant van het scherm).

· Prestatie-indicator

De prestatie-indicator beschrijft hoe men kan 'zien' dat een beginnend beroepsbeoefenaar de competentie (en componenten), waar nodig gebruik makend van vakkennis en vaardigheden, succesvol inzet om bij te dragen aan het gewenste resultaat van een werkproces. De prestatie-indicator is beschreven in termen van gedrag. De prestatie-indicator is beschreven in deel C, en maakt deel uit van de informatie behorend bij een werkproces met het te bereiken resultaat in een kerntaak, die de toepassing van de competenties ten behoeve van het resultaat specificeert. Zie ook kwalificatiedossier.

· Proces-competentie-matrix

Grafische weergave van de relatie tussen de uitvoering van werkprocessen binnen een kerntaak en de daarbij noodzakelijke competenties. De competentiematrix wordt per kerntaak opgesteld. Op één as van deze matrix staat de beroepscontext in de vorm van werkprocessen, op de andere as de competenties. De proces-competentie-matrix is een hulpmiddel waarmee in één oogopslag de essentie van het beroep, namelijk de relatie tussen beroepsinhoud en competenties duidelijk wordt. Zie ook kerntaak.

· Publieke verantwoording

Het in het openbaar, aan uiteenlopende betrokkenen, rekenschap geven van het gevoerde beleid en de kwaliteit van de dienstverlening. De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven hebben wettelijke taken. Daarover leggen ze verantwoording af aan alle partijen in hun omgeving, waaronder het ministerie van OCW en de sociale partners.

· Referentiedocument

Kwalificatiedossiers kennen één referentiedocument. Dat is het document 'Talen in de kwalificatieprofielen, Moderne Vreemde Talen en Nederlands'. Onderdeel van het referentiedocument is de matrix waarin Begrijpen, Spreken en Schrijven naar diverse beheersingsniveaus zijn uitgewerkt. De matrix is leidend bij het uitwerken van beheersingsniveaus voor Nederlands in alle kwalificatiedossiers en voor Vreemde Talen voor zover deze nodig zijn bij de beroepsuitoefening.

· Referentiemodellen

Sommige beroepsuitoefening komt in allerlei branches voor. Dat is in elk geval zo voor ondernemen, managen, leidinggeven en verkopen. Om tot gelijke en/of gelijkwaardige uitwerking te komen bij het maken van kwalificatiedossiers door verschillende kenniscentra zijn voor deze beroepsuitoefening referentiemodellen gemaakt. Dat wil zeggen dat kerntaken zijn geformuleerd en dat er een onderverdeling is gemaakt in werkprocessen. Van de werkprocessen zijn alleen de titels beschreven. Op deze manier borgen de referentiemodellen transparantie op de structuur in de beschrijving van deze beroepsuitoefening, terwijl branchespecifieke kleuring mogelijk blijft in de keuze van werkprocessen en de uitwerking van kerntaken en werkprocessen.

· Regionaal Opleidingencentrum (ROC)

Een onderwijsinstelling die beroepsonderwijs verzorgt. Meer informatie is beschikbaar op www.mboraad.nl.

· Uitstroom

De uitstroom is de noemer waaronder de inhoud van een kwalificatie is ondergebracht. N.B.: de naam van het diploma wordt bepaald door de naam van de uitstroom. Zie ook niveau. Uitstroomdifferentiatie is de oude naam voor uitstroom. In de experimentele dossiers ontwikkeld in het format van juni 2004 is er sprake van een uitstroomdifferentiatie. In de dossiers ontwikkeld in het format van april 2006, die vanaf schooljaar 2007/2008 in gebruik genomen zijn, is er sprake van een uitstroom.

· Verantwoordelijkheid

Dit is een van de twee criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin beroepsbeoefenaren aanspreekbaar zijn op hun (beroepsmatig) handelen en op de gevolgen daarvan voor het (beroepsmatig) handelen door anderen. Van de beroepsbe-oefenaar wordt geëist dat hij/zij de beroepsmatige handelingen met zorg en toewijding uitvoert en daarover verantwoording kan afleggen. De verantwoordelijkheid kan beperkt zijn tot het functioneren binnen het eigen takenpakket, maar kan zich ook uitstrekken tot (het werk van) anderen. Het andere criterium is complexiteit.

· Verwantschap

Bij verwantschap is altijd op de één of andere manier sprake van overeenkomsten in de beroepsuitoefening. Die overeenkomst kan de vorm hebben van gelijke beroepsuitoefening (overlap) of vergelijkbare beroepsuitoefening. Het waarom van de overeenkomst kan verschillend zijn. Verwantschap kan voortkomen uit beroepsbeoefening binnen één branche, maar ook over branches heen. In het laatste geval gaat het om beroepsuitoefening die branchedoorsnijdend is, voorbeelden zijn logistiek en ondernemen. Branchedoorsnijdende verwantschap komt ook voor bij vergelijkbaarheid in type beroepen, bijvoorbeeld middenkaderfuncties. Verwantschap kan binnen een kwalificatiedossier voorkomen en tussen kwalificatiedossiers.

· Werkproces

Een werkproces is een afgebakend geheel van beroepshandelingen binnen een kerntaak. Het werkproces kent een begin en een eind, heeft een resultaat en wordt als kenmerkend herkend in de beroepspraktijk. Een werkproces bestaat dus nooit uit één handeling of gedraging. Meerdere werkprocessen kunnen gelijktijdig lopen.

· Wettelijke beroepsvereisten

In wet- en/of regelgeving vastgelegde eisen waaraan de beginnend beroepsbeoefenaar uitvoering moet kunnen geven om het beroep te mogen uitvoeren. De wettelijke beroepsvereisten komen van de vakdepartementen, in toenemende mate aangestuurd door de EU. Kenniscentra dienen te verklaren dat de uit de kwalificatiedossiers voortvloeiende opleidingen uitvoerbaar zijn met inachtneming van de wettelijke beroepsvereisten.